Tbs zonder verlof: een gehaktmolen voor patiënt en personeel

In samenwerking met Karlijn Saris (long-read).

Eerst Michael P., dan Peter M. Nadat er twee tbs-patiënten binnen twee jaar uit dezelfde kliniek verdwijnen, is de maat vol voor de buitenwereld en voor minister Dekker. De deuren van tbs-klinieken in Nederland gaan na ieder incident moeilijker open. Zorgverleners in de sector en hoogleraren slaan alarm: “Als je de tbs zo gesloten wilt maken dat het nooit meer mis gaat, dan moet je het opheffen”, klinkt het van binnenuit.

‘Schijtensbenauwd’ en met zijn rug tegen de muur loopt Joop van Velzen door de Dr. S. van Mesdagkliniek. Het is 1997 en zijn eerste jaar als therapeut valt hem zwaar. De kliniek is dan al een van de grootste en zwaarst beveiligde tbs-instellingen van Nederland. Van Velzen merkt in diezelfde periode dat een vrouwelijke collega geregeld ‘s avonds naar de cel van een patiënt loopt. Er iets van zeggen durft hij niet. “Ik dacht: ik ga daar niet naar binnen. Ik ga dingen zien die ik niet kan verwerken.”

Het vermoeden van Van Velzen blijkt te kloppen, want een tijdje later staan de kranten er vol van: een medewerkster in de Van Mesdagkliniek is verkracht en vastgebonden aan een boom door een tbs-patiënt. De minister dreigt met sluiting en de in binnen- en buitenland gerenommeerde instelling stort als een kaartenhuis ineen.

“Ik ga daar niet naar binnen. Ik ga dingen zien die ik niet kan verwerken.”

Tbs onder toezicht

Nu ligt het Nederlandse tbs-stelsel opnieuw hevig onder vuur. Micheal P. ontsnapt in 2017 uit de forensisch-psychiatrische afdeling in Den Dolder en verkracht en vermoordt Anne Faber. Terwijl het publiek nog aan het herstellen is van de schrik – ‘Hoe heeft dit kunnen gebeuren?’ – ontsnapt afgelopen maand opnieuw een patiënt uit dezelfde kliniek, Peter M. Nu keren er opnieuw twee patiënten niet terug na hun verlof, wéér in Den Dolder.

Paniek alom. De schreeuw om maatregelen vanuit de maatschappij neemt toe en de politiek schiet in de kramp. De komende maanden beslist de burgemeester van Zeist mee over elke verlofaanvraag in Den Dolder en de kliniek moet dagelijks verslag uitbrengen aan de minister. Hoe logisch deze reflex ook lijkt, de toegenomen maatschappelijke angst met alle maatregelen vandien zorgt ervoor dat het tbs-systeem niet kan functioneren zoals het bedoeld is. De risico’s voor de buitenwereld nemen juist alleen maar toe.

De schreeuw om maatregelen vanuit de maatschappij neemt toe en de politiek schiet in de kramp.

Not in my backyard

Van Velzen is een man van nog geen 1,80 meter, die ondanks zijn vriendelijke voorkomen ook autoriteit uitstraalt. Bijna veertig jaar geleden begint hij als gevangenisbewaarder in de Bijlmerbajes. Uiteindelijk schopt hij het tot het management van verschillende tbs-klinieken. De inmiddels door de wol geverfde sociotherapeut ziet haarfijn in hoe paradoxaal een tbs systeem eigenlijk is: “Vrij willen zijn is geen rare behoefte, ook niet voor psychiatrische patiënten”, legt hij uit. “Maar in de buurt van mijn dochter, daar moet ik zelf ook liever niet aan denken.” De reactie van het publiek na incidenten zoals in Den Dolder – deur dicht, sleutel weg, patiënt nooit meer naar buiten – vindt hij dan ook meer dan logisch.

We tolereren geen onzekerheid meer”

Inderdaad een heel begrijpelijke reactie, maar voor het tbs-stelsel in Nederland juist een bedreiging, waarschuwt Gabriël Anthonio. Hij is bijzonder hoogleraar Sociologie aan de Rijksuniversiteit van Groningen en voormalig diecteur van de Van Mesdagkliniek. Anthonio merkt dat mensen zich vaak maar moeilijk kunnen voorstellen dat je er je baan van maakt om tbs’ers te behandelen. “Goh, dat jij je voor die mensen wilt inzetten”, hoorde hij vaak genoeg. “Je moet ze op de stroomstoel zetten.” Maar Anthonio deed het tegenovergestelde; lange tijd zette hij zijn leven in het teken van het humaner maken van het Nederlandse tbs-systeem. Hij promoveerde zelfs op het onderwerp. In de Van Mesdagkliniek richtte hij een cel in als kantoor.

“We hebben de tijdgeest ook niet mee”, verzucht hij. “We verdragen geen verwarde mensen meer op straat, dat vinden we naar en eng. We leven in een veiligheidsutopie waarin er helemaal geen onzekerheid of onveiligheid meer mag zijn.” Incidenten en fouten worden volgens Anthonio, ook door sociale media, enorm uitvergroot, met alle nadelen van dien. “We beschouwen een incident niet meer als een incident. In plaats daarvan voeren we steeds discussies over het hele stelsel en worden er allerlei nieuwe maatregelen opgelegd.”

“We hebben de tijdsgeest ook niet mee.”

Het gevolg? Neem bijvoorbeeld de huidige situatie in Den Dolder: de medewerkers in die kliniek moeten nu extra opletten voordat ze een patiënt naar buiten laten. De deuren van de kliniek gaan minder snel open, vanuit de gedachte: ‘Het kan nu even echt niet. Wat als er weer iets misgaat?’ “De spanning op het behandelende team neemt in zulke situaties heel snel toe”, legt Van Velzen uit. “Uit angst om fouten te maken verandert het personeel de tbs-kliniek al snel in een tbs-gevangenis.”

‘Deur dicht, sleutel weg’ voelt intuïtief misschien veilig, maar heeft volgens Anthonio en Van Velzen juist een averechts effect als we er als maatschappij naar streven dat deze mensen niet nog eens de fout in gaan. Dat wijzen ook de cijfers uit. Volgens het Wetenschappelijk Onderzoek en Documentatiecentrum is de kans dat een reguliere gevangene binnen twee jaar na vrijkomst terugvalt in crimineel gedrag 47%. Voor ex-tbs’ers is dit 19%. “De beste manier om de samenleving te beveiligen tegen forensische patiënten, is niet door ze domweg op te sluiten, maar door ze heel goed te behandelen”, legt Van Velzen uit. “We moeten alleen wel zorgen dat het voor de buitenwereld acceptabel wordt dat we die patiënten voor hun behandeling soms naar buiten laten.”

“Liever matten bij de voordeur dan een gevaar voor de burgers”

Kun je die veiligheid garanderen? Hoe schat je in of een moordenaar, verkrachter of pedofiel de straat op mag voor een middag of weekend verlof? Anthonio: “Wij gebruiken algoritmische instrumenten om te voorspellen of iemand nog gevaarlijk is of niet. Is hij nog medicatietrouw? Komt hij zijn afspraken na? Kan hij met emoties omgaan? Heeft hij woedeaanvallen of driftbuien gehad? Allemaal indicatoren die je op een wetenschappelijke manier kunt ordenen en die een inschatting maken of iemand wel of niet gevaarlijk is.”

Maar het lot van de wereld buiten de kliniek ligt niet alleen in de handen van zo’n algoritmisch systeem. Ook het menselijke aspect, het professionele oordeel van de begeleiders, is cruciaal. “De laatste inschatting vindt altijd plaats vlak voordat we de deur opendoen en iemand naar buiten laten”, benadrukt Van Velzen. “Voelt het niet goed, dan maak je ondanks de taxatie rechtsomkeert. Liever met iemand matten bij de voordeur en hem vervolgens terugbrengen naar de kliniek, waar hij de maatschappij niets kan aandoen, dan dat we burgers in gevaar brengen.”

Of het wel eens misgaat? “Ja, onvermijdelijk”, vertelt Marinus Spreen. Hij is mede-ontwikkelaar van één van de risicotaxatie instrumenten die nu in Nederland gebruikt worden en heeft vertrouwen in de wetenschappelijke methode. “Onze instrumenten kennen geen verzachtende omstandigheden, dus als er toch iets ergs gebeurt, hebben wij bij de inschatting van het risico iets over het hoofd gezien”, is zijn visie op de risicotaxatie. Spreen erkent dat zo’n inschatting altijd deels mensenwerk blijft. “Als het mis gaat, kan het gelijk goed mis gaan. Vreselijk.”

Onrealistisch beeld

Dat gebeurde bijvoorbeeld bij Jan van K., een tbs-patiënt die tijdens een weekendverlof in 2005 een vriend aanspoorde om een vrouw dood te steken. Zulke incidenten worden snel opgepikt door de media en zorgen bij de buitenwereld voor een vertekend beeld van tbs’ers op verlof. Jaarlijks gaat er volgens het Wetenschappelijk Onderzoek en Documentatiecentrum 70.000 keer per jaar een tbs-patiënt op verlof. Daarvan blijven er ongeveer vijf langer weg dan 24 uur. Slechts in enkele van deze gevallen leidt dat ook tot een misdrijf. “Als het misgaat, is dat een drama voor de slachtoffers. Dan moeten we hen tegemoet komen, meteen analyseren wat er fout is gegaan en daarvan leren”, vertelt Anthonio. “Maar de tolerantie in de samenleving is de laatste decennia enorm afgenomen. Als men massaal roept: wij willen dat de tbs zo gesloten is dat het nooit meer mis gaat, dan moet je het opheffen, want dat kan niet.”

Wat is tbs?
Tbs staat voor terbeschikkingstelling aan de regering. In het Nederlandse strafrecht is het een maatregel die de rechter kan opleggen als een verdachte een misdrijf heeft gepleegd waar een gevangenisstraf op staat van minimaal vier jaar. Ook moet de rechter ervan overtuigd zijn dat de verdachte tijdens het plegen van het delict leed aan een persoonlijkheidsstoornis en/of andere ernstige psychiatrische stoornis. Behandeling in een tbs-kliniek duurt tegenwoordig gemiddeld tien jaar, maar dat ligt vaak niet van tevoren vast; de rechter evalueert iedere twee jaar of de maatregel verlengd moet worden of dat de patiënt vrij komt.

Een tweede incident lag op de loer

Als je die 100% garantie naar de buitenwereld wilt bieden, functioneert het tbs-stelsel niet. Dat bleek een paar weken geleden opnieuw. Ondanks de toegenomen maatregelen en het strenge toezicht waaronder de kliniek in Den Dolder verkeerde, liep Peter M. tijdens zijn verlof toch weg. Hoe ongelooflijk zo’n tweede verdwijning in twee jaar ook lijkt, voor Van Velzen lag het incident juist op de loer. “Als therapeuten de kliniek een prettige werkomgeving vinden, dan voelen patiënten dat ook zo en heerst er een prettige sfeer op de afdeling”, legt hij uit. Maar op dit moment is van een plezierige werkomgeving in Den Dolder lastig te spreken. Het zou volgens Van Velzen heel goed kunnen dat Peter M. weggelopen is, omdat hij als een van de zwakkere patiënten uit de kliniek de druk op de afdeling niet meer aankon. “De maatschappij vraagt zich vol ongeloof af hoe zoiets nog eens kon gebeuren, maar als je de voordeur opendoet in Den Dolder, terwijl je bezig bent met je baan, bezuinigingen of problemen in de kliniek, dan ben je als therapeut vooral met jezelf bezig, en niet met de patiënt.”

Van Velzen voelt compassie met de medewerkers uit Den Dolder. Dat ze daar iets niet goed hebben gedaan is voor hem een uitgemaakte zaak. “Maar de vraag is of je het ze kan verwijten”, zegt hij. Het is volgens hem onder goede omstandigheden al lastig genoeg om het wankele evenwicht te bewaren tussen enerzijds het bewaken en anderzijds het behandelen van zware psychiatrische patiënten die uiteindelijk terug de maatschappij in moeten.

Te star of te strikt en de patiënt komt in opstand, te soft en de patiënt pakt je in. Menselijkheid en begrip, maar ook professionele achterdocht, dat maakt het werk van een sociotherapeut in de forensische psychiatrie volgens Van Velzen zo verschrikkelijk moeilijk. Laat staan wanneer je onder het vergrootglas ligt van de minister en de rest van de buitenwereld. Het team, dat je als therapeut juist nodig hebt om op terug te vallen wanneer de spanningen of emoties oplopen, staat nu zelf onder enorme druk. Er is geen tijd meer voor elkaar.

Ingepakt door Pietje uit cel 12

Van Velzen ziet zijn collega nog zo voor zich, huilend in de teambespreking. Ze had een relatie met een van haar tbs-patiënten. “Ik denk niet dat iemand van buitenaf begrijpt waarom dat soort dingen gebeuren. Maar als iedereen op de afdeling bezig is met overleven en er geen collega meer is die nog aandacht voor je heeft en snapt wat jij doormaakt, behalve Pietje van cel 12, naar wie ga je dan toe? Als er situaties ontstaan zoals relaties tussen patiënt en medewerker, dan weet je één ding zeker: er zijn op de werkvloer zaken niet in orde.”

“Sociotherapeuten en patiënten kunnen gewoon doodsbenauwd zijn in zo’n kliniek”, legt hij uit. “Stel je voor dat jij late dienst hebt, op een afdeling waar mensen regelmatig het materiaal aan gruzelementen slaan, of je moet als patiënt godbetert wonen naast iemand die telkens zijn kamer in de fik probeert te steken terwijl jouw deur op slot zit.” De enige manier om het leefbaar te houden op de afdeling, is volgens Van Velzen als iedereen angsten en frustraties uit kan spreken en er goed voor de therapeuten wordt gezorgd.”

Daarvoor is vaak geen ruimte als een kliniek onder hoge druk komt te staan door nieuwe regels van de minister of de burgemeester, en er ondertussen patiënten weglopen of anderszins in opstand komen tegen het verziekte leefklimaat in de kliniek. “De zwakste schakels in het systeem zijn dan de therapeuten, de mensen in de blubber”, legt Van Velzen uit. “Die gaan eraan onderdoor, en niet zo’n beetje ook. Zo maak je van een tbs kliniek een gehaktmolen: jonge, gemotiveerde mensen erin, burn-outs (of erger) eruit.”

Het beste van twee werelden

Van Velzen, Anthonio en Spreen: de gevangenisbewaarder, de directeur en de wetenschapper. Ze ontmoetten elkaar als collega’s in de Van Mesdagkliniek en draaien na jaren nog steeds mee in de wereld van de forensische psychiatrie. Zonder vertrouwen in het systeem was ze dat niet gelukt. Dat er soms fouten worden gemaakt, ontkent geen van drieën, maar het huidige stelsel is dat niet aan te rekenen volgens hen. “Als er wat gebeurt, moet je ervan uitgaan dat wij de verkeerde inschatting hebben gemaakt”, benadrukt Spreen nog eens.

Anthonio is teleurgesteld dat de huidige tijdsgeest zorgt voor weinig vertrouwen in het Nederlandse tbs-systeem. “We hebben een van de beste stelsels ter wereld. In andere landen ben je vaak óf gek, óf gevaarlijk. Hier hebben we het beste van de psychiatrie en het beste van het gevangeniswezen samengevoegd. Alleen een paar Scandinavische landen, Australië en Nieuw-Zeeland bundelen deze krachten op dezelfde manier.”

Wat kunnen we doen om die ‘not in my backyard’ mentaliteit wat in te dammen, zodat bij de volgende vermiste tbs-patiënt niet het hele land steigert? Volgens Anthonio zit de oplossing in eerlijkheid en transparantie. “We houden bijvoorbeeld open huizen in de Van Mesdag kliniek. Dan kan iedereen zien dat er in ons land dagelijks tienduizenden mensen met hele zware psychische problematiek op een hele humane manier geholpen worden. Het blijft mensenwerk, dus kwetsbaar zal het altijd blijven. Maar het niveau van de beschaving kun je aflezen aan het met haar meest kwetsbare mensen omgaat, en daar mogen we hier trots op zijn.”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s